Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6085.
2.1 Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat de wetgever oog heeft gehad voor de realiteit dat de schuldeiser wiens wederpartij (vrijwel) platzak is, deze behoedzaam pleegt te benaderen en dat een klimaat van (beginnende) schikkingsonderhandelingen gemakkelijk kan worden bedorven door het uitbrengen van een aanmaning. Daarom is bij Invoeringswet ten aanzien van rechtsvorderingen tot nakoming van een verbintenis, een ondubbelzinnige schriftelijke mededeling alsnog op één lijn gesteld met een aanmaning.(3) Daarbij valt te bedenken dat "ondubbelzinnig" een minder strenge eis is dan "uitdrukkelijk". Het gaat erom dat de schuldeiser zijn wederpartij duidelijk maakt dat het hem nog steeds menens is. Daaraan hoeft niet af te doen dat hij tegelijk blijk ervan geeft te beseffen dat men van een kikker geen veren kan plukken, zodat een compromis niet is uitgesloten. In een uitnodiging aan de schuldenaar om in onderhandeling te treden ligt immers in de regel besloten dat de schuldeiser zich het recht op nakoming (vooralsnog) voorbehoudt.(4)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc, en de alinea staat in dat document op bytes 10242 tot 11325.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc | shasum -a 256