Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6085.
2.2 Tegen deze achtergrond moeten naar inmiddels vaste rechtspraak de van art. 3:317 lid 1 BW onderdeel uitmakende woorden "een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt", worden begrepen in het licht van de strekking van de stuitingshandeling. Deze is dat de schuldenaar voldoende duidelijk dient te worden gewaarschuwd dat hij, ook na het verstrijken van de (reguliere) verjaringstermijn, rekening ermee moet houden dat hij de beschikking houdt over zijn gegevens en bewijsmateriaal opdat hij zich tegen een mogelijkerwijs alsnog door de schuldeiser in te stellen vordering kan verweren.(5)
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc, en de alinea staat in dat document op bytes 11345 tot 12011.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc | shasum -a 256