Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6085.

Niet uit te sluiten valt dat 's hofs beslissing (mede) is geïnspireerd door het uit de jurisprudentie bekende thema dat een leek die met een professional wordt geconfronteerd, vaak een zekere bescherming verdient. Voorzover dit thema inderdaad een rol heeft gespeeld lijkt dit misschien bij uitstek op zijn plaats in een geval als het onderhavige, waarin een van een uitkering levende burger - wiens vermogen veertien jaar geleden al is uitgewonnen voor de onderhavige schuld - zich geconfronteerd ziet met een internationaal opererende bank. Mijns inziens bestaat voor toepassing van deze gedachte in het onderhavige geval echter geen goede grond. Het gaat hier immers niet om de vraag of de bank een vordering op haar particuliere wederpartij heeft verkregen, maar of zij haar vaststaande vordering heeft behouden. In dat kader is naar mijn mening geen ruimte voor overwegingen, ontleend aan de hoedanigheid van contractspartijen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc, en de alinea staat in dat document op bytes 13548 tot 14494.