Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6085.
4 Te ver gaat het standpunt van Stolker en Breedveld-De Voogd die in WPNR 6084 en 6085 (1993), blz. 179-180 en 203-204 hebben betoogd, dat elke schriftelijke stap gedurende onderhandelingen steeds zal moeten gelden als een mededeling in de zin van art. 3:317 lid 1 BW. Zie ook conclusie van A-G De Vries Lentsch-Kostense voor HR 14 februari 1997, NJ 1997, 244, onder 9, alsmede Vermogensrecht (losbl.), ant. 2.2 bij art. 3:317 BW (Koopmann).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc, en de alinea staat in dat document op bytes 17235 tot 17689.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/1e0c7feb9a3d3f6377d2297c5b1bdb09bac7ac80cb70a74c15b7a86b0cdceddc | shasum -a 256