Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 53 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6093.

2.12. Het vraagpunt van de N.J.V. ging over een toekomstige rechtsontwikkeling, niet over de uitleg van het geldende recht. In het debat tekende zich een verschil van mening af tussen hen die in de Auteurswet 1912 uitsluitend het "gewone" auteursrecht willen regelen en hen die de Auteurswet 1912 met zijn bijzondere beslagmogelijkheden mede willen gebruiken als een effectief middel om deze vorm van oneerlijke mededinging te bestrijden. In het licht van de in 1988 opkomende automatisering was het voornaamste punt van aandacht de vraag: hoe de bijzondere geschriftenbescherming in de wet te regelen zonder de facto een monopolie op verspreiding van informatie te creëren? Met name Vandenberghe(22) waarschuwde, de eis van "openbaar gemaakt of bestemd voor openbaarmaking" niet te snel te laten vallen: weliswaar kan door het laten vallen van die eis worden bereikt dat geschriften van vertrouwelijke aard worden beschermd, maar de prijs is dat álle geschriften worden beschermd en de facto een monopolie op informatie dreigt te ontstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf06e02a9eab7d2d5a8f18cfd1b24a898666d4ad37a87ab146a6fd9e7b681bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf06e02a9eab7d2d5a8f18cfd1b24a898666d4ad37a87ab146a6fd9e7b681bd, en de alinea staat in dat document op bytes 28908 tot 29964.