Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 63 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6093.

2.18. In het subsidiaire gedeelte van het incidenteel cassatiemiddel voeren GEC c.s. aan dat de eisen van een goede procesorde het hof noopten GEC c.s. in de gelegenheid te stellen hun stellingen op dit punt aan te vullen en zo nodig bewijs bij te brengen, alvorens vast te stellen dat niet is voldaan aan de voorwaarde van "openbaar gemaakt of tot openbaarmaking bestemd". GEC c.s. betwisten niet dat het hof gerechtigd was de rechtsgronden aan te vullen en de vordering te beoordelen in het kader van de bijzondere geschriftenbescherming - die aanpak was in het voordeel van GEC -, maar zij menen dat in de bestreden overweging sprake is van een zgn. verrassingsbeslissing die in strijd is met de regel van hoor en wederhoor(30).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/caf06e02a9eab7d2d5a8f18cfd1b24a898666d4ad37a87ab146a6fd9e7b681bd. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt caf06e02a9eab7d2d5a8f18cfd1b24a898666d4ad37a87ab146a6fd9e7b681bd, en de alinea staat in dat document op bytes 37037 tot 37781.