Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 128 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6095.

2.18 Voor het hof is onverschillig wie de bedoelde codering heeft verwijderd, omdat in de benadering van het hof [A B.V.] c.s., óók in het geval dat de codering op de dozen buiten hun toedoen zou ontbreken, tot een nader onderzoek waren gehouden. Zonder nader onderzoek mochten [A B.V.] c.s. in de benadering van het hof niet van onmogelijkheid van vaststelling van de herkomst en van (het ontbreken van) toestemming van de merkhouder uitgaan. Het bewijsrisico en het risico van merkinbreuk voor waren van een niet-traceerbare herkomst komen in deze benadering niet aan de orde. Om die reden mist ook het zesde onderdeel feitelijke grondslag. Overigens is de gedachtegang van het hof niet met het recht in strijd en ook geenszins onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842, en de alinea staat in dat document op bytes 55340 tot 56101.