Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 141 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6095.
2.27 Het standpunt dat uit derde landen afkomstige producten zich eerst dan in het economisch verkeer in de Gemeenschap/de EER bevinden, nadat alle invoerformaliteiten zijn vervuld en douanerechten en accijnzen zijn voldaan, kan overigens niet als juist worden aanvaard. Er is verschil tussen het vrije verkeer van goederen in de zin van art. 24 (voorheen: 10) EG-Verdrag en het economisch verkeer als bedoeld in Richtlijn en BMW. Bij het eerste gaat het om de mogelijkheid dat de betrokken producten vrij binnen de Gemeenschap (c.q. de EER) circuleren, zonder daarbij aan douanerechten en heffingen van gelijke werking, alsmede aan kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking te zijn onderworpen. Bij het tweede gaat het om de (economische) context waarin het merk wordt gebruikt. Zoals het BenGH het ooit uitdrukte, "in beginsel (is) sprake (...) van zich van een merk of teken bedienen "in het economisch verkeer'' indien zulks - anders dan met een uitsluitend wetenschappelijk doel - plaatsvindt in het kader van een bedrijf, van een beroep of van enige andere - niet in de particuliere sfeer verrichte - activiteit waarmede economisch voordeel wordt beoogd".(20) Er is geen enkele grond om het gebruik van een merk slechts dan als "economisch gekleurd" in de zojuist bedoelde zin op te vatten en de merkhouder slechts dan te beschermen, indien en zodra de betrokken producten zich in douanetechnische zin in het vrije verkeer bevinden. Voor een bedrijfsmatig gebruik van het merk is een vrij-verkeerstatus van de betrokken producten niet nodig. In termen van het onderhavige geschil: ook transitohandel is handel. Dat goederen zich niet in het vrije verkeer in de Gemeenschap/de EER bevinden, behoeft fysieke afwezigheid van die goederen intussen niet te impliceren. Goederen met de in het onderdeel bedoelde douanestatus zijn fysiek voorhanden. Hun externe, niet-communautaire status berust op een juridische fictie,(21) die niets behoeft af aan te doen aan de economische en intracommunautaire context van het gebruik dat in verband met die goederen van het daarop aangebrachte merk wordt gemaakt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842, en de alinea staat in dat document op bytes 61863 tot 63997.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842 | shasum -a 256