Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 144 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6095.

2.29 Onderdeel 10 somt overigens een aantal omstandigheden op (in het bijzonder met betrekking tot de verschillende activiteiten waarmee de onderscheidene vennootschappen zich bezighouden), om vervolgens te poneren dat uit die omstandigheden niet de conclusie valt te trekken dat van merkinbreuk sprake is. Het hof heeft zijn oordeel (in rov. 14 en 15) dat sprake is van merkinbreuk echter op andere dan de door het onderdeel opgesomde omstandigheden gebaseerd, zodat het onderdeel ook in zoverre feitelijke grondslag mist. Dat de door het hof gereleveerde omstandigheden nimmer merkinbreuk zouden kunnen opleveren en dat het hof in die zin van een onjuiste rechtsopvatting is uitgegaan, wordt door het middel niet aangevoerd en kan m.i. ook niet worden volgehouden. Ook in zoverre heeft het hof geen rechtsregel geschonden. Wellicht beoogt het onderdeel erover te klagen dat het hof de in het onderdeel opgesomde omstandigheden niet in zijn oordeel heeft betrokken. Het onderdeel bevat echter een rechtsklacht en geen motiveringsklacht. Het stelt niet dat en waarom het buiten beschouwing laten van de in het onderdeel opgesomde omstandigheden het oordeel van het hof onbegrijpelijk maakt.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842, en de alinea staat in dat document op bytes 64885 tot 66089.