Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 147 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6095.

2.31 Het hof spreekt weliswaar van [A B.V.] c.s., maar heeft klaarblijkelijk alleen het oog op [A B.V.], FBE en [B B.V.]. In het vervolg van het arrest (rov. 19 tot en met 22) oordeelt het hof immers dat Jack Daniel's ten aanzien van de overige rechtspersonen waartegen zij haar vorderingen richtte, te weinig had gesteld om een relevante, door deze rechtspersonen gepleegde merkinbreuk voorshands voldoende aannemelijk te maken. De omstandigheid dat het hof in de bestreden overweging spreekt van [A B.V.] c.s, maakt deze overweging derhalve op zichzelf niet onbegrijpelijk.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842, en de alinea staat in dat document op bytes 66551 tot 67140.