Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 181 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6095.

2.51 Dat de informatie- en verantwoordingsplicht betrekking kan hebben op de periode vóór de eerste bewezen of aannemelijk geachte inbreuk, vloeit noch uit de tekst, noch uit de ratio van art. 13A lid 5 BMW en art. 13bis lid 5 BMW voort. Er is geen sprake van een "omkering van de bewijslast", in die zin dat bij een eenmaal geconstateerde inbreuk de inbreukmaker van alle overige handel opgave moet doen en dient te bewijzen dat deze niet inbreukmakend was. Voor het uitlokken van een prejudiciële beslissing van het BenGH zie ik, gelet op de bepaling van art. 6 lid 4 van het Verdrag betreffende de instelling en het statuut van een Benelux-Gerechtshof(24), geen aanleiding. De onderdelen 13 en 14 van het middel kunnen derhalve niet tot cassatie leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c8ce92c6cb8ce0122857be67aee816fa3ab58a464215be52441d7c17fa3eb842, en de alinea staat in dat document op bytes 83705 tot 84478.