Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 66 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6100.

30) Bovendien geldt in deze zaak, dat het GEA uitdrukkelijk als juist had aanvaard dat art. 7 een ontbindende voorwaarde inhoudt(31). Aan dat oordeel hebben beide partijen zich (ook) in appel geconformeerd. Hoewel het Antilliaanse procesrecht voor de appelprocedure geen "grievenstelsel" kent(32), meen ik dat de vrijheid van de appelrechter (ook) naar Antilliaans procesrecht niet zo ver gaat, dat hij beslissingen van de eerste rechter waarvan geen van de partijen in appel te kennen hebben gegeven dat zij die aan het oordeel van het Hof willen onderwerpen (en waarbij de openbare orde niet in het geding is), desondanks mag (her)beoordelen(33).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82d20a15b8b81d950cc92eb8c937b5a449210c67e63815a7d06e25bb0e3c8dbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82d20a15b8b81d950cc92eb8c937b5a449210c67e63815a7d06e25bb0e3c8dbf, en de alinea staat in dat document op bytes 30667 tot 31328.