Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 68 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6100.

Het verdere lot van de m.b.t. art. 7 aangevoerde argumenten hangt dan af van de beoordeling van middelonderdeel B. Wanneer men de zo-even besproken klachten van onderdeel A als gegrond aanmerkt, moet immers als vaststaand worden aangenomen dat art. 7 een ontbindende voorwaarde inhoudt. Het oordeel van het Hof uit rov. 5.10 komt er inhoudelijk op neer dat deze bepaling, ook als die als ontbindende voorwaarde wordt opgevat, geoorloofd is. Als het middel dat oordeel tevergeefs bestrijdt betekent dat, dat de klachten van onderdeel A, ook voorzover die gegrond zouden zijn, niet tot cassatie kunnen leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/82d20a15b8b81d950cc92eb8c937b5a449210c67e63815a7d06e25bb0e3c8dbf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 82d20a15b8b81d950cc92eb8c937b5a449210c67e63815a7d06e25bb0e3c8dbf, en de alinea staat in dat document op bytes 31508 tot 32128.