Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 28 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6103.
2.7 Dat de appellant de in art. 429o lid 2 Rv. genoemde stukken in ieder geval vóór de dag van de behandeling dient over te leggen, zou hierdoor verklaard kunnen worden dat de rechter in de gelegenheid dient te worden gesteld zich adequaat op de mondelinge behandeling voor te bereiden. Kennisneming van het oorspronkelijke verzoekschrift en de in eerste aanleg gewezen beschikking kan van belang zijn teneinde te kunnen vaststellen hoe het debat tussen partijen gedurende de eerste aanleg is verlopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be, en de alinea staat in dat document op bytes 10507 tot 11025.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be | shasum -a 256