Citaat | Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Alinea 36 Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 25 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6103.
2.10 Het Uniform reglement gerechtshoven voor rekestprocedures in familiezaken (hierna: het Reglement), dat geldt vanaf 1 januari 2000(10), bepaalt in het eerste lid van artikel 5 dat bij een verzoekschrift ten minste de bewijsstukken en alle stukken van de eerste aanleg worden overgelegd. In lid 5 is bepaald dat het hof niet zal letten op later aan de partijen en het hof overgelegde stukken, tenzij deze kort en eenvoudig te doorgronden zijn. Het behoeft geen betoog dat het geen acht slaan op te laat ingediende stukken in het algemeen een minder verstrekkende sanctie is dan het niet-ontvankelijk verklaren van een partij in het hoger beroep. Terzijde merk ik op dat een inleidend verzoekschrift tot het uitspreken van de echtscheiding en het treffen van nevenvoorzieningen, het stuk waar het in de onderhavige zaak om gaat(11), voor de appelrechter in het algemeen niet het moeilijkst te doorgronden processtuk zal zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be, en de alinea staat in dat document op bytes 12568 tot 13508.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/2a0b31efb52b15fd72740a2ed2202e8e6bf95ad096f72f2aa898ab69df4399be | shasum -a 256