Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Alinea 14 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6200.

5. Blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal heeft de voorzitter ter terechtzitting in hoger beroep aan de orde gesteld dat de zaak in eerste aanleg heeft gediend op een terechtzitting alwaar verzoekster werd vertegenwoordigd door haar schriftelijk gemachtigde [betrokkene 1], terwijl aanstonds na het wijzen van het vonnis hoger beroep is ingesteld door [betrokkene 2], bedrijfsleider van verzoekster, doch uit de daarvan opgemaakte akte niet blijkt van de in art. 450, eerste lid onder b, Sv voorgeschreven schriftelijke machtiging.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0, en de alinea staat in dat document op bytes 5683 tot 6235.