Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Alinea 19 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6200.

6. Nu de wet - in het bijzonder de zesde titel van het vierde boek van het Wetboek van Strafvordering, houdende voorschriften inzake de vervolging en berechting van rechtspersonen - dienaangaande niet anders bepaald, zijn op het aanwenden van rechtsmiddelen namens een rechtspersoon de art. 450 en 451 toepasselijk. Ingevolge art. 450 Sv kan een rechtsmiddel namens de verdachte worden ingesteld door een gemachtigde, die evenwel - indien hij geen advocaat is - over een schriftelijke bijzondere volmacht zal moeten beschikken. Art. 451, tweede lid, Sv schrijft voor dat deze bijzondere schriftelijke volmacht aan de van het instellen van het rechtsmiddel opgemaakte akte gehecht dient te worden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0, en de alinea staat in dat document op bytes 7039 tot 7749.