Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002
Alinea 22 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6200.
8. In meer algemene zin meen ik te kunnen vaststellen dat deze uitspraken berusten op de gedachte dat zo veel mogelijk voorkomen moet worden dat verdachten, indien aangenomen moet worden dat zij tijdig het voor hen openstaande rechtsmiddel hebben willen aanwenden, de dupe worden van vormverzuimen die a) hen niet toe te rekenen zijn en b) nog herstelbaar zijn op het moment waarop zij optreden.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0, en de alinea staat in dat document op bytes 9047 tot 9455.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0 | shasum -a 256