Citaat | Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Alinea 40 Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 29 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6200.

Opmerking verdient dat de behandeling in eerste aanleg een aanvang heeft genomen door het betekenen, op 3 oktober 1997, van een inleidende dagvaarding voor een zitting van 27 november 1997. Het tijdsverloop van thans ruim vier jaar voor een behandeling in drie instanties noopt niet tot het oordeel dat de procedure over het geheel genomen, op het moment waarop uitspraak zal worden gedaan na een nieuwe behandeling in hoger beroep, buitensporig veel tijd zal hebben genomen zodat met strafvermindering niet zal kunnen worden volstaan. Te wijzen valt op HR NJ 1990, 633 en HR NJ 1992, 379, waarbij het openbaar ministerie weliswaar niet-ontvankelijk werd verklaard in verband met bijzondere kenmerken van de procedures, maar tevens werd overwogen dat een tijdsverloop van bijna, respectievelijk méér dan zes jaren in de gehele procedure, op zichzelf beschouwd, nog niet tot verval van het recht tot strafvervolging behoeft te leiden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 9fd73bf03f612093b9c87f89fc4fa7c820cc521e16020766e813176e9121efc0, en de alinea staat in dat document op bytes 15907 tot 16855.