Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 11 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6205.

3.3. Hoewel de steller van het middel dat arrest in zijn schriftuur niet noemt, lijkt hij het oog te hebben op HR NJ 1997, 600. In dat arrest is door Uw Raad beslist dat de enkele verklaring van de verdachte dat "hij wist dat deze vrouw een beetje achterlijk was" onvoldoende is om tot het bewijs te komen dat verdachte wetenschap had van de geestestoestand als bedoeld in artikel 243 Sr, en, zo voeg ik daaraan toe, ook in artikel 247 Sr. Die geestestoestand is in beide artikelen omschreven als "zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens (..) dat hij niet of onvolkomen in staat is zijn wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/52f75cda0379bdeb620c07328ae19bb62b94b4de7b734e3be51fbace4a6ed236. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 52f75cda0379bdeb620c07328ae19bb62b94b4de7b734e3be51fbace4a6ed236, en de alinea staat in dat document op bytes 7448 tot 8169.