Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 13 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.
3.4. De steller van het middel doet het voorkomen alsof het plaatsen tussen haken van het woord "overleden" de mogelijkheid openlaat dat B nog niet was overleden, waardoor een ongerijmdheid zou bestaan. Openlijke geweldpleging tegen een nog niet overleden persoon zou dan geweldpleging tegen een goed zijn. Ik meen evenwel dat een andere uitleg aangewezen is en dat het tussen haken plaatsen niet meebrengt dat er zou moeten worden gelezen "al dan niet overleden". Het plaatsen tussen haken ontkracht niet de betekenis van de daardoor omvatte aanduiding. Als ik zeg: "de (vrouwelijke) advocaat", zal niemand meen ik daarin lezen dat volgens mij de advocaat ook van het mannelijk geslacht kan zijn geweest. Ook is duidelijk dat met de aanduiding "een (presbyteriaanse) geestelijke" niet een katholieke pastoor kan zijn bedoeld maar een geestelijke, en wel een presbyteriaanse, of dat met de woorden "de (knappe) prins" niet ook een Lombrosotype van koninklijken bloede bedoeld kan zijn. De stellers van het middel geven blijk van een verkeerde lezing van de gecorrigeerde bewezenverklaring.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 5974 tot 7076.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65 | shasum -a 256