Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002

Alinea 27 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.

De raadsvrouwe van de verdachte heeft ten aanzien van het uiterst subsidiair tenlastegelegde - kort samengevat - als verweer gevoerd dat, nu overleden personen noch als "personen" noch als "goederen" in de zin van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht kunnen worden gekwalificeerd en in de onderhavige zaak niet kan worden vastgesteld of het slachtoffer [betrokkene] ten tijde van de aan de verdachte tenlastegelegde openlijke geweldpleging nog leefde, reeds op die grond geen veroordeling terzake van dit misdrijf kan volgen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 11537 tot 12081.