Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.

Ik laat maar daar dat het in de onderhavige zaak - waar het slachtoffer misschien juist was overleden -voor een buitenstaander niet direkt duidelijk zal zijn geweest of het slachtoffer nog leefde of reeds was overleden. En als art. 141 Sr zijn bestaansrecht dankt aan het schokeffect dat uitgaat van onverholen geweld tegen personen of goederen is de indruk die het geweld maakt belangrijker voor het misdrijf dan de achteraf vastgestelde mogelijkheid dat de persoon tegen wie het geweld werd uitgeoefend reeds was overleden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 18793 tot 19332.