Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.
4.11. Terzijde merk ik op dat ook in civielrechtelijk opzicht de nabestaanden een zekere beschikkingsmacht hebben over het stoffelijk overschot van hun overleden familielid of levenspartner. Ik wijs met name op artikel 11 van de Wet op de orgaandonatie, waarin is voorzien dat onder bepaalde voorwaarden de nabestaanden toestemming kunnen geven voor het verwijderen van organen uit het lichaam van hun overleden familielid.(13) Ook valt te wijzen op artikel 67, derde lid van de Wet op de lijkbezorging, waar is voorzien dat nabestaanden toestemming kunnen geven voor ontleding van een lijk in het belang van de wetenschap of het wetenschappelijk onderwijs.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 21098 tot 21768.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65 | shasum -a 256