Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 46 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.
4.14. Dit argument acht ik niet steekhoudend: uit de ontstaansgeschiedenis van de betreffende artikelen blijkt niet dat de wetgever het oog heeft gehad op een uitputtende en exclusieve opsomming van alle misdragingen ten aanzien van stoffelijke overschotten van mensen. De opmerking van de Commissie met betrekking tot het samenbrengen van diverse strafbare gedragingen in één wetboek noopt ook niet tot die conclusie. Die opmerking ziet immers louter op het voorkomen van een verstrooiing van misdrijven die een zelfde rechtsgoed schenden over diverse wetten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 23597 tot 24173.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65 | shasum -a 256