Citaat | Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Alinea 59 Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 26 maart 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6225.
5.2. Het middel faalt naar mijn mening. Het hof heeft klaarblijkelijk het meeste belang gehecht aan de verklaring van verzoeker, inhoudende dat hij op 12 juni 1999 het café heeft verlaten en in de richting van het slachtoffer is gelopen en vlakbij hem heeft gestaan (bewijsmiddelen 1 en 2, AM) De verklaring van mededader [mededader] (bewijsmiddel 3, AM) dat zij op 11 juni 1999 omstreeks 22.30 uur bij het café aankwam zegt niets over het moment dat zij het café weer heeft verlaten, behalve dat dat tijdstip na 22.30 uur moet hebben gelegen. Ook de andere gebezigde verklaringen zijn voor wat het tijdstip betreft niet met elkaar of met de genoemde bewijsmiddelen in tegenspraak. De onder 4 opgenomen getuigenverklaring houdt in dat de getuige omstreeks 00.30 uur in bed lag en even later "iets" op straat zag liggen en daar een man en een vrouw stonden. En als bewijsmiddel 5 is gebezigd de verklaring van een getuige, inhoudende dat "op de bewuste avond" een groep, waaronder verzoeker en zijn mededader, ging rennen, in de richting van de straat waar het slachtoffer is aangetroffen. "De bewuste avond" kan immers zeer wel ook de nachtelijk uren omvatten. Tevens sluit die tijdsaanduiding niet uit dat verdachte vóór middernacht naar de Citerstraat is gerend waar hij, naar eigen zeggen, na middernacht het geweld heeft gepleegd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65, en de alinea staat in dat document op bytes 28237 tot 29590.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/eefac2e7d23368895f31ced8eabe36de5224cd1d3e3ed72f45f2447ad6efcf65 | shasum -a 256