Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2002

Alinea 45 Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6238.

16. Ten aanzien van de aanvang van de termijn bepleit het middel dat "getuige de inleidende dagvaarding van 14 juni 1996 () requirant toen al [is] aangezegd dat het openbaar ministerie een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel zou doen." Onder de stukken van het geding heb ik geen inleidende dagvaarding van die datum aangetroffen. Mijns inziens kan echter veilig worden aangenomen dat de in het middel bedoelde dagvaarding van 14 juni 1996 dezelfde is als die waarop het hof doelt met zijn in punt 5 weergegeven overweging dat de officier van justitie in de destijds aan de verdachte betekende dagvaarding in eerste aanleg zijn voornemen tot het instellen van een ontnemingsvordering heeft medegedeeld, temeer nu de in het middel genoemde datering daarvan aansluit op de eerste terechtzitting in de hoofdzaak, die plaatsvond op 2 juli 1996.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/028d188f49343d4015c9805c9b6f564be76025a779285ebb8e3d4d56a34ee8d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 028d188f49343d4015c9805c9b6f564be76025a779285ebb8e3d4d56a34ee8d9, en de alinea staat in dat document op bytes 14408 tot 15289.