Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6625.

Die opvatting lijkt mij onjuist. Art. 12 HPW geeft ongeclausuleerd een maximum aan dat ten titel van servicekosten in rekening mag worden gebracht(10). Als een hoger bedrag wordt overeengekomen, is het betreffende beding in zoverre in strijd met een dwingendrechtelijke regel. Nu de betreffende regel bescherming van de huurder beoogt(11), brengt dit ingevolge art. 3:40 lid 2 BW niet (partiële) nietigheid van het beding mee, maar (partiële) vernietigbaarheid. Op deze vernietigbaarheid kan niet slechts via de in art. 13 en 14 HPW voorziene rechtsgang(12) door de huurder een beroep worden gedaan, maar ook langs andere weg. De huurder kan dan ook servicekosten die op grond van een met art. 12 HPW strijdig beding zijn betaald, rechtstreeks als onverschuldigd betaald terugvorderen(13). Dat veronderstelt dat de onverbindendheid van de betreffende verplichting rechtstreeks uit de wet (samen met het door de huurder gedane beroep op vernietigbaarheid) voortvloeit.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06, en de alinea staat in dat document op bytes 12614 tot 13597.