Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 38 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6625.

15) De veronderstelling waarop onderdeel II van het middel aan het slot berust, nl. dat de rechtbank misschien heeft aangenomen dat [eiser] c.s. hun vorderingen nu juist niet op de grondslag van art. 12 HPW beoordeeld wensten te zien, lijkt mij niet aannemelijk. [Eiser] c.s. hadden, door zich ook te beroepen op de subsidiaire grondslag van redelijkheid en billijkheid, bepaald niet de indruk gewekt dat zij hun vordering op een beperkte rechtsgrondslag beoordeeld wilden zien(17). De rechtbank heeft dan ook (ambtshalve) onderzocht of de vorderingen van [eiser] c.s. op andere algemene verbintenisrechtelijke gronden voor toewijzing in aanmerking kwamen. Het ligt in de rede dat de rechtbank daarbij niet aan art. 12 HPW heeft gedacht omdat zij er ten onrechte van uitging dat de HPW in zijn geheel niet op " geliberaliseerde" woonruimte van toepassing is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06, en de alinea staat in dat document op bytes 16929 tot 17800.