Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6625.

16) Zoals in al. 8 - 11 hiervóór besproken, brengt de vraag die de rechtbank expliciet heeft aangewezen - nl.: of verhuurders- en eigenaarslasten langs de weg van servicekosten aan huurders mogen worden doorbelast - rechtstreeks de regel van art. 12 HPW in het geding. Uit het zojuist besprokene volgt dat (in cassatie mag worden aangenomen dat) [eiser] c.s. hiervoor voldoende feiten hadden gesteld. Dan is het inderdaad zo dat de vorderingen van [eiser] c.s. toewijsbaar zouden kunnen zijn, naar de mate waarin de gestelde feiten juist worden bevonden. De vordering strekkend tot nietigverklaring subsidiair buitenwerkingstelling van het betreffende beding, zoals [eiser] c.s. die in appel hadden gedaan, is misschien terminologisch niet optimaal geformuleerd - maar inhoudelijk kan datgene waartoe die vordering strekt inderdaad op grondslag van de gestelde feiten worden toegewezen. Hetzelfde geldt voor de vordering tot terugbetaling van wat, bij gegrondbevinding van de zojuist aangeduide stellingen, te veel betaald zou zijn - zie ook al.10 hiervóór.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06, en de alinea staat in dat document op bytes 17820 tot 18894.