Citaat | Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 15 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6625.
17 Ik sluit mij overigens graag aan bij degenen die ervan uitgaan dat aan iemand die een bepaalde eis geldend maakt (bijna) altijd de bedoeling mag worden toegeschreven dat, wanneer het door hem gevorderde niet naar de letter voor toewijzing in aanmerking komt, maar wanneer een enigszins anders geformuleerde vordering, of een vordering met een wat beperktere strekking wèl toewijsbaar zou zijn, toewijzing van datgene wat dan wèl toewijsbaar blijkt, wordt gewenst (en voorzoveel nodig gevorderd). Voor toewijzing op een andere grondslag geldt dit a fortiori. Als vorderingen niet al zo moeten worden begrepen (zie HR 5 januari 1996, NJ 1996, 449 m.nt. HER, rov. 3.5), is uitleg daarvan aan de hand van deze (vuist)regels toch bij uitstek voor de hand liggend - zie ook Asser-Vranken, Algemeen deel, nr. 45, Snijders - Wendels, Civiel Appel (1999), nr. 257, A-G Strikwerda voor HR 1 oktober 1993, NJ 1994, 62 (in al. 16) en Ras, noot 3 onder het aangehaalde arrest van 5 januari 1996.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06, en de alinea staat in dat document op bytes 24844 tot 25844.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/85ee3b8513e2805e3e60013795680fe2f9605a1a2301a6f8a03a4eb9b3a74b06 | shasum -a 256