Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 23 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6628.
3) In de eerste aanleg verwees de kort-gedingrechter de zaak naar de gewone wijze van rechtspleging. De "gewone" rechter verwierp het beroep van [eiser] op verjaring en wees dus de vordering van de Stichting toe. Hij stelde daartoe, mede aan de hand van verhoor van getuigen, vast dat [eiser] zijn bezit van het gedeelte van het perceel [0001] waarop [eiser] gebouwd had, niet ontleende aan toescheiding aan zijn rechtsvoorganger of levering aan hemzelf, en dat ook [eisers] rechtsvoorganger ([betrokkene A]) niet had verkregen van een voorganger die geen eigenaar was. Daarmee was, naar het oordeel van het Gerecht in Eerste Aanleg, niet voldaan aan de vereisten voor de twintigjarige verjaring(4).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 6504 tot 7216.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da | shasum -a 256