Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 30 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6628.

Aanvulling van feitelijke gronden betekent daarom (bijna altijd) dat aan het recht op adequaat gehoor ten opzichte van de daardoor benadeelde partij tekort wordt gedaan. Alleen dat al rechtvaardigt, dat aan het verbod van aanvulling van feitelijke gronden de hand wordt gehouden(8). De Hoge Raad doet dat dan ook(9).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 9863 tot 10192.