Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Alinea 34 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6628.

9) Aan de Stichting - die dit in haar schriftelijke toelichting benadrukt - kan worden toegegeven dat het de rechter in feitelijke aanleg is, die over de uitleg van de processtukken die hem worden voorgelegd heeft te oordelen; en dat de begrijpelijkheid van oordelen die op deze voet in feitelijke instanties worden gegeven, in cassatie niet uiterst kritisch pleegt te worden onderzocht. In deze zaak ontbreekt echter in de stukken ieder aanknopingspunt voor de bevinding dat de Stichting zich heeft beroepen op stuiting van de verjaring op grondslag van de aanmaning van april 1994. Het Hof moet dus wel zelfstandig - buiten de stellingen van partijen om - tot de hier te beoordelen vaststelling zijn gekomen, en daaraan ambtshalve de conclusie hebben verbonden dat de betreffende feiten een (door de Stichting niet gedaan) beroep op stuiting konden dragen - kennelijk omdat het Hof meende dat art. 52 Rv. NA daarvoor de ruimte laat. Dit - impliciete - oordeel acht ik, zoals gezegd, onjuist(12).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 11824 tot 12834.