Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 37 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6628.
11) Onderdeel II van het middel is daarentegen, naar ik meen, ongegrond. Dit onderdeel betoogt, als ik het goed begrijp, (vooral) aan de hand van een van de kant van [eiser] verdedigde uitleg van de in eerste aanleg afgelegde getuigenverklaringen, dat vastgesteld had moeten worden dat [eisers] rechtsvoorganger [betrokkene A] al bepaalde opstallen op het omstreden gedeelte van kavel [0001] heeft gehad, of althans dat [betrokkene A] zich als eigenaar van dat perceelsgedeelte heeft gedragen. Het Hof heeft op dit punt echter in zijn vonnis niets beslist. De cassatieschriftuur veronderstelt misschien dat de vaststelling van het Hof dat [eiser] in 1993/1994 de opstallen heeft uitgebreid en daarbij de perceelsgrens heeft overschreden, een impliciet oordeel over deze stellingen (van [eiser]) inhoudt(15). Dat lijkt mij een onjuiste lezing van het vonnis van het Hof. Deze vaststelling impliceert niet méér dan er staat: dat [eiser] in 1993/1994 een aanbouw heeft laten uitvoeren, en dat die aanbouw zich gedeeltelijk op kavel [0001] bevindt.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 13738 tot 14797.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da | shasum -a 256