Citaat | Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Alinea 47 Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 8 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6628.
4 [Eiser] had zich beroepen op verjaring gedurende (meer dan) dertig jaar. Mij zijn de gronden waarop [eiser] dit betoog baseerde, niet geheel duidelijk geworden. Blijkbaar wil [eiser] betogen dat ook de jaren vóór de verkrijging door zijn rechtsvoorganger [betrokkene A] meegeteld moeten worden. Het staat echter vast dat de kavels 2756 en [0001] vóór de verkrijging door [betrokkene A] in één hand waren. In die situatie kan er van verjaring geen sprake zijn. Men kan niet door verjaring eigenaar worden van een perceel(sgedeelte) waarvan men al zonder meer eigenaar is. Men kan ook geen verjaring tegen zichzelf inroepen; zie bijv.Asser - Mijnssen - de Haan 3 - 1 (dertiende druk, 1992), nr 497.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da, en de alinea staat in dat document op bytes 16039 tot 16757.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5aeafc482c48263056cf1ca282ccb26f07e136dbe05f8f924473d40424a6b8da | shasum -a 256