Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 29 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6629.

2.6. De klacht mist feitelijke grondslag: uit de bestreden beschikking blijkt niet dat het hof is uitgegaan van een inkomen waartoe zowel de huuropbrengst van dit pand als rente-inkomsten uit de verkoopopbrengst van dit pand behoren. Het hof heeft slechts geconstateerd dat de man uit de verkoopopbrengst rente kan verwerven. Die constatering wordt in cassatie niet bestreden. Vervolgens heeft het hof in het midden gelaten "welk gedeelte van de draagkrachtruimte van de man ter betaling van alimentatie dient te worden aangewend", omdat het hof van oordeel was dat, indien de man van mening mocht zijn dat op grond van de door hem gestelde inkomsten (waarbij het hof kennelijk het oog heeft op de door de man opgegeven netto-huuropbrengst inclusief de correctie dat inmiddels één van de panden was verkocht) en de mogelijke inkomsten (waarbij het hof o.m. het oog heeft op de spaarrente die de man kan behalen over de verkoopopbrengst van het pand aan de [a-straat]), een alimentatie van f 8.000,- te hoog is, van de man gevergd kan worden dat hij inteert op het bedrag van f 500.000,-. Met andere woorden, het hof heeft niet twee inkomenscomponenten in aanmerking genomen die onderling onverenigbaar zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4311d5717312198314324e73617f34d6e2aa8247b7033411c3ebd0cabe443dc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4311d5717312198314324e73617f34d6e2aa8247b7033411c3ebd0cabe443dc5, en de alinea staat in dat document op bytes 16273 tot 17496.