Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6629.

2.10. Voor zover de man met subonderdeel 3.5 bedoelt dat het hof zijn oordeel cijfermatig nader had moeten uitwerken in de motivering, gaat het middel uit van motiveringseisen die - naar vaste rechtspraak - niet kunnen worden gesteld aan beslissingen, die uitsluitend betreffen het vaststellen en wegen van de door partijen met het oog op hun draagkracht of behoefte naar voren gebrachte omstandigheden. Voor zover in het subonderdeel wordt geklaagd dat het hof niet in het midden had mogen laten tot welk bedrag de man op zijn vermogen moet interen, reeds omdat daarmee de mogelijkheid wordt opengelaten dat het inkomen van de man terugloopt tot minder dan 90 % van de op hem toepasselijke bijstandsnorm, gaat het evenmin op. In HR 23 januari 1998, NJ 1998, 707 m.nt. JdB, waarop het onderdeel een beroep doet(6), ging het om een alimentatieplichtige die verwijtbaar werkloos was geworden. De feitenrechter was in dat geval uitgegaan van een draagkracht, berekend op basis van een fictief inkomen, te weten het inkomen genoten vóórdat de werkloosheid intrad. Een draagkrachtberekening op basis van een fictief inkomen bergt het gevaar in zich dat de alimentatieplichtige, na aan zijn alimentatieverplichting te hebben voldaan, in werkelijkheid minder overhoudt dan het bedrag dat minimaal nodig is voor het bestaan - te stellen op de beslagvrije voet ofwel 90 % van de toepasselijke bijstandsnorm. Het onderhavige geval is daarmee niet te vergelijken: het hof is immers niet uitgegaan van een fictief inkomen of vermogen, maar van het werkelijke inkomen en vermogen van de man. Het is bovendien niet juist, dat het hof in het midden zou hebben gelaten tot welk bedrag de man geacht kan worden op zijn vermogen in te teren. Het hof heeft uitdrukkelijk bepaald dat - indien de man uit de door hem gestelde inkomsten, eventueel vermeerderd met een redelijke vergoeding die hij van [betrokkene] kan vragen voor het gebruik van een gedeelte van zijn woning in Portugal als praktijkruimte, een alimentatie van f 8.000,- niet kan opbrengen - van hem gevergd mag worden dat hij inteert op "voormeld bedrag van f 500.000,-". Daarmee is de grens, tot waar intering van de man wordt verwacht, door het hof voldoende aangegeven. Subonderdeel 3.5 treft geen doel. Subonderdeel 3.6, dat hierop voortbouwt, faalt om dezelfde redenen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/4311d5717312198314324e73617f34d6e2aa8247b7033411c3ebd0cabe443dc5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 4311d5717312198314324e73617f34d6e2aa8247b7033411c3ebd0cabe443dc5, en de alinea staat in dat document op bytes 20234 tot 22568.