Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Alinea 42 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6632.
2.9 In het vervolg op de geciteerde passage verwijst Moltmaker naar een conclusie van de toenmalige Advocaat-Generaal Ten Kate voor een arrest van de Hoge Raad uit 1982.(21) De in 1982 door de Hoge Raad besliste zaak betrof een man en een vrouw die hun voorgenomen (burgerlijk) huwelijk hadden vervroegd, opdat de man de status van "kostwinner" zou verwerven en aldus van militaire dienst zou zijn vrijgesteld. Partijen beoogden eerst na afronding van de studie van de vrouw (en na voltrekking van het kerkelijk huwelijk) te gaan samenleven. Zover kwam het echter niet. Al binnen enkele maanden na de voltrekking van het burgerlijk huwelijk dagvaardde de vrouw de man tot echtscheiding subsidiair scheiding van tafel en bed met nevenvorderingen en verlangde zij tevens de bepaling van voorlopige voorzieningen voor de duur van het geding, waaronder een bijdrage van de man in de kosten van haar levensonderhoud.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543ee83b6a4e88c15a011c8c8e63f3c4cce758cce455baeff5d8a4938c25e970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543ee83b6a4e88c15a011c8c8e63f3c4cce758cce455baeff5d8a4938c25e970, en de alinea staat in dat document op bytes 18921 tot 19845.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/543ee83b6a4e88c15a011c8c8e63f3c4cce758cce455baeff5d8a4938c25e970 | shasum -a 256