Citaat | Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Alinea 62 Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 1 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6632.

7 Zie de noten 2 en 3 hiervoor. Naar overigens uit het rapport van de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken van 21 oktober 1998, het besluit van de staatssecretaris van Justitie van 13 april 1999 en de uitspraak van de vreemdelingrechter van 12 maart 2001 kan worden afgeleid, was in de verblijfsrechtelijke kwestie slechts aan de orde of de man na de verbreking van zijn relatie met de vrouw voor voortgezet verblijf in aanmerking kwam. Op grond van het ter zake gevoerde beleid (Vreemdelingencirculaire 1994, B1/4.2) wordt voortgezet verblijf in beginsel niet toegestaan, als de relatie waaraan het afhankelijke verblijfsrecht werd ontleend, korter dan drie jaar heeft geduurd. Die laatste situatie deed zich volgens de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken ten aanzien van de man voor. De Adviescommissie achtte daarvoor bepalend dat partijen hun samenwoning op 10 juni 1992 hadden verbroken. Of sprake is geweest van een huwelijk op grond waarvan verblijf kon worden toegestaan, heeft de Adviescommissie uitdrukkelijk in het midden gelaten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/543ee83b6a4e88c15a011c8c8e63f3c4cce758cce455baeff5d8a4938c25e970. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 543ee83b6a4e88c15a011c8c8e63f3c4cce758cce455baeff5d8a4938c25e970, en de alinea staat in dat document op bytes 27651 tot 28712.