Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6981.
4.5. Gelet op mijn conclusie tot partiële vernietiging voor wat betreft de strafoplegging bespreek ik evenwel ten overvloede de implicaties van art. 438b lid 1 WvSrNA voor het Antilliaanse strafrecht. Art. 438a WvSrNA bepaalt dat schuldigverklaring aan een van de daar genoemde misdrijven, terwijl tijdens het begaan van het (nieuwe) misdrijf nog geen twee jaar zijn verlopen sinds de schuldigverklaarde een hem op grond van een van die misdrijven opgelegde gevangenisstraf geheel of gedeeltelijk heeft ondergaan, leidt tot oplegging van een straf die minimaal het vierde deel van de maximumstraf bedraagt. Het tweede lid van art. 438a geeft aan het eerste lid nog enige uitbreiding wanneer er eerdere veroordelingen voor de Wapenverordening of de Opiumlandsverordening zijn.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630, en de alinea staat in dat document op bytes 15845 tot 16634.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630 | shasum -a 256