Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Alinea 35 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6981.
Ik meen dat de argumenten die pleiten voor bovenstaande uitleg sterker zijn dan een beroep op de notulen waaruit blijkt dat een der indieners van amendement nr. 11 zich heeft uitgelaten in de in de schriftuur weergegeven zin. Een uitleg als door de steller van het middel voorgestaan zou in strijd zijn met de rest van de ontstaansgeschiedenis van art. 438b WvSrNA en zou ertoe leiden dat de wet een misleidende bepaling zou gaan bevatten, een bepaling immers die geen betrekking heeft op de recidive maar op de strafbedreiging van de artikelen 325 en 330.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630, en de alinea staat in dat document op bytes 18402 tot 18971.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630 | shasum -a 256