Citaat | Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Alinea 39 Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 5 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6981.

1. Bij schuldigverklaring wegens het begaan van een misdrijf genoemd in de artikelen 187, onderdeel 3,188, tweede lid, onderdeel 3, 248, 249, 250, 251, 252, 253, 254, 257, 300, 301, 302, 313, derde lid, 314, tweede en derde lid, 314a, tweede en derde lid, 314b, 315, 316, 317 en 324a is de duur van de op te leggen tijdelijke gevangenisstraf ten minste een vierde deel van de in die artikelen onderscheidenlijk bepaalde maximale tijdelijke gevangenisstraf, indien tijdens het begaan van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verlopen sedert de schuldigverklaarde een tegen hem op grond van een der in die artikelen genoemde misdrijven uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten dele heeft ondergaan, of indien tijdens het begaan van het misdrijf het recht tot uitvoering van die gevangenisstraf nog niet is verjaard.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 5fea2d1dec20edd546caee9bbb3f5ded8604674d78ea7a16d92158603381b630, en de alinea staat in dat document op bytes 20360 tot 21189.