Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Alinea 12 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6993.
5. Blijkens de bestreden uitspraak ligt aan de bewezenverklaring het volgende ten grondslag. Verzoeker heeft zijn bankrekening ter beschikking gesteld van een hem nauwelijks bekende buitenlander, van wie verzoeker vermoedde dat hij illegaal in Nederland verbleef. Deze buitenlander, genaamd [betrokkene A], zou verzoeker een beloning in het vooruitzicht hebben gesteld teneinde via de bankrekening van verzoeker een geldbedrag in handen te krijgen. Verzoeker heeft zijn bankpas en pincode aan deze persoon gegeven. Er is (blijkens de bewijsmiddelen als gevolg van valsheid in geschrift) een bedrag van ƒ 24.757,75 naar verzoekers bankrekening overgemaakt. Uit bewijsmiddel 4 blijkt dat er op dezelfde dag waarop dit bedrag op verzoekers rekening is bijgeschreven drie opnames hebben plaatsgevonden, en de dag daarop nog een vierde opname, die tezamen een iets groter bedrag vormen dan waarvoor verzoekers rekening is gecrediteerd. Blijkens bewijsmiddel 1 (een verklaring van verzoeker) heeft hijzelf een opname van ƒ 18.000,= verricht, en sluit hij niet uit dat hij ook de vierde en laatste opname heeft verricht, terwijl de overige opnames door bedoelde [betrokkene A] zijn verricht.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11, en de alinea staat in dat document op bytes 6881 tot 8080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11 | shasum -a 256