Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6993.

14. Voor geval de aan HR NJ 1999, 403 ten grondslag liggende feiten zozeer vergelijkbaar zijn met het onderhavige geval dat eenzelfde beslissing omtrent de ontvankelijkheid van de ABN AMRO Bank als benadeelde partij in de rede ligt, wordt de Hoge Raad verzocht om bij zijn beraadslagingen te betrekken hetgeen in de namens haar ingediende schriftuur naar voren wordt gebracht. Er wordt op gewezen dat een gemotiveerde beslissing daaromtrent zou worden gewaardeerd in verband met de positie van banken als benadeelde partij in strafzaken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11, en de alinea staat in dat document op bytes 14134 tot 14685.