Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 32 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6993.

15. Het in de schriftuur ontwikkelde betoog komt er op neer dat een onderscheid wordt gemaakt tussen enerzijds gevallen waarin een door de bank ontvangen opdracht niet uitgevoerd had mogen worden, "bijvoorbeeld gezien de ongebruikelijke elementen daarin, al dan niet gerelateerd aan het betalingsgedrag van de betreffende rekeninghouder", in welk geval de bank het uitvoeren van de opdracht als een vergissing harerzijds aanmerkt en de ten onrechte gedebiteerde rekening aanstonds weer crediteert, en anderzijds de gevallen waarin weliswaar uitvoering wordt gegeven aan een valse of vervalste overboekingsopdracht, doch de bank dat niet wenst aan te merken als een vergissing omdat de opdracht ook na nauwkeurige controle zou zijn uitgevoerd. In laatstbedoelde gevallen wordt de gedebiteerde rekening niet door de bank gecrediteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11, en de alinea staat in dat document op bytes 14705 tot 15551.