Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 33 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6993.

16. Vervolgens wordt betoogd dat in de gevallen waarin de bank het uitvoeren van een valse opdracht als haar eigen fout aanmerkt en de rekening waarvan ten onrechte is afgeschreven weer crediteert - zoals in de onderhavige zaak is geschied - aan de tijdelijke debitering van de rekening, die het gevolg is geweest van de fout van de bank, geen enkele betekenis toekomt. Die tijdelijke debitering zou niet tot wijziging in de financiële relatie tussen rekeninghouder en bank voeren, ook niet gedurende een ondeelbaar moment, omdat de (ten onrechte uitgevoerde) debitering en de (tot herstel daarvan strekkende) creditering niet anders zijn dan administratieve handelingen, die tot doel hebben het juiste saldo van het door of aan de rekeninghouder verschuldigde weer te geven. Bijgevolg zou de rekeninghouder door de onjuiste debitering op geen enkel moment in zijn vermogen worden getroffen. De schade wordt (van meet af aan, zo begrijp ik de stellingen) aan de bank toegebracht.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11, en de alinea staat in dat document op bytes 15571 tot 16564.