Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Alinea 49 Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 februari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD6993.

24. Doch ook afgezien daarvan is het in deze uitspraak gegeven oordeel dat een bank die een girale betaling heeft verricht ten laste van de rekening van een rekeninghouder die daarvoor geen opdracht heeft gegeven, het aldus door de bank betaalde bedrag niet ten laste van die rekeninghouder zal mogen brengen, geenszins onverenigbaar met de vaststelling dat, indien een bank uitvoering geeft aan een valse of vervalste betalingsopdracht, het daarmee gemoeide vermogensnadeel bij de rekeninghouder ontstaat, en niet bij de bank, tot aan het moment waarop de bank haar aansprakelijkheid wegens een onzorgvuldige behandeling van de betalingsopdracht erkent en de rekeninghouder schadeloos stelt. Overigens wijs ik er op dat deze uitspraak van de civiele kamer van de Hoge Raad geheel in het teken staat van wanprestatie van de bank jegens de rekeninghouder: de bank was voorbijgegaan aan hetgeen bij het sluiten van rekeningovereenkomsten was bepaald omtrent de bevoegdheid tot het namens de rekeninghoudsters geven van betalingsopdrachten.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 43399a39130c7d4dee7d73b36ac181a9b81011427563ecc6f0bbbfd7217edc11, en de alinea staat in dat document op bytes 22967 tot 24018.