Citaat | Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002
Alinea 31 Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002
Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 22 januari 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7021.
18. Geheel ten overvloede wijs ik er in dit verband nog op dat ingevolge het tweede lid van art. 359a Sv de rechter bij de toepassing van het eerste lid van die bepaling rekening dient te houden met het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het nadeel dat door het in het voorbereidend onderzoek begane vormverzuim is veroorzaakt. Hoewel in uitzonderlijke omstandigheden, zoals bijvoorbeeld indien sprake is van een ernstige inbreuk op beginselen van een behoorlijke strafvervolging, art. 359a, eerste lid, Sv voor toepassing in aanmerking zal komen ook indien de verdachte door het vormverzuim niet in enig rechtens te respecteren belang is geschaad(4), zal in zijn algemeenheid de vaststelling dat door het vormverzuim de verdedigingsbelangen niet zijn geschaad de beslissing om geen toepassing te geven aan art. 359a, eerste lid, Sv kunnen dragen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/78e4e54c2e7648f3dbe33bb84c2f8201e9ea0dd7b9f7ec30b0630f323215c02d. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 78e4e54c2e7648f3dbe33bb84c2f8201e9ea0dd7b9f7ec30b0630f323215c02d, en de alinea staat in dat document op bytes 13576 tot 14469.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/78e4e54c2e7648f3dbe33bb84c2f8201e9ea0dd7b9f7ec30b0630f323215c02d | shasum -a 256