Citaat | Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Alinea 16 Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002

Een alinea uit Parket bij de Hoge Raad 12 juli 2002, ECLI:NL:PHR:2002:AD7272.

1.4 Het Hof oordeelt dat degenen die de vader bij de verkoop hebben bijgestaan zich moeten hebben gerealiseerd dat de intrinsieke waarde volgens de winstbepalende balans geen juiste maatstaf is voor de vaststelling van de waarde in het economische verkeer van de aandelen. Deze wetenschap dient aan de vader te worden toegerekend. Hij moet zich in december 1994 hebben gerealiseerd dat zijn zoons door de aandelentransactie aanzienlijk werden bevoordeeld en dat hijzelf zijn vermogen met eenzelfde bedrag zou zien verminderen, ook al was op dat moment nog niet exact bekend om welk bedrag het ging. Het vorenstaande leidt het Hof tot het oordeel dat de vader ten tijde van de verkoop de bevoordeling van zijn zoons moet hebben beoogd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 081f950b0394692bbe0b43b7bd54e935315b883cbc94856ab085e3bc66ba0a97, en de alinea staat in dat document op bytes 6261 tot 7009.